Tips om duurzaam te eten

Gezonde en duurzamere voedselkeuzes maken

Duurzaamheid is een breed begrip. De één denkt aan dierenwelzijn, de ander aan de natuur of eerlijke handel. Als het gaat om duurzaam voedsel, hanteert de Food and Agricultural Organization van de VN deze definitie: “Duurzame voedselpatronen zijn voedselpatronen met een lage milieubelasting, die bijdragen aan voedselveiligheid en gezondheid voor de huidige en toekomstige generaties. Het voorzien in de behoeften van de wereldbevolking betekent dat er voldoende, gevarieerd, gezond en veilig voedsel beschikbaar is en dat dit eerlijk verdeeld is.”

Er is ook een bredere definitie van duurzaamheid vanuit de overheid. Daarin betekent duurzaam voedsel een productie en consumptie met respect voor mens, dier en milieu.
 

Tips om duurzaam te eten

Het Voedingscentrum heeft de volgende tips om duurzaam te eten: 

  1. Eet niet te veel en verminder je energie-inname bij een te hoog lichaamsgewicht. 
  2. Neem minder zoete dranken, snoep, koek en snacks. Je lichaam heeft deze producten niet nodig, maar het maken ervan is ecologisch belastend doordat er veel bewerking in een fabriek nodig is. Je kunt het beste kiezen voor onbewerkte of weinig bewerkte producten, zoals groente, fruit, peulvruchten en volkoren graanproducten waar veel voedingstoffen in zitten en niet veel calorieën.
  3. Verspil geen voedsel. Verminderen van voedselverspilling levert een grote bijdrage aan het duurzaam maken van je huishouden. 
  4. Eet minder dierlijke en meer plantaardige producten. Dat zorgt voor minder broeikasgassen en landgebruik. Vlees en zuivel zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van het broeikaseffect van de Nederlandse landbouw. Vooral rundvlees en in iets mindere mate kaas scoren hoog. Wat veel effect heeft op de broeikasgasemissie is minder vlees eten en dit vervangen door peulvruchten, noten en vis. Een verschuiving van rundvlees naar kip heeft ook duidelijk duurzaamheidseffect. Bij keuze voor kip en ei spelen dierenwelzijn-aspecten een rol.
  5. Eet peulvruchten, ongezouten noten en vis in plaats van (rood en bewerkt) vlees. Klimaatbelasting en energiegebruik van noten zijn gunstiger dan van vlees en vergelijkbaar met ei en iets minder gunstig dan peulvruchten. Pinda’s zijn het gunstigst, gevolgd door Europese soorten zoals kastanje, walnoot, hazelnoot en pistachenoot. 
  6. Eet 1 keer per week vis, bij voorkeur vette vis. Kies daarbij de duurzame vissoorten. Duurzame vissoorten zijn te herkennen aan het MSC-keurmerk voor wilde of ASC-keurmerk voor kweekvis. Haring, makreel en zalm zijn bijvoorbeeld een prima keuze. 
  7. Vanuit duurzaamheidsperspectief is het raadzaam niet meer zuivel te gebruiken dan je nodig hebt. Daarbij gaat de voorkeur uit naar vloeibare zuivel, zoals melk of yoghurt in plaats van kaas, dat een hoge milieubelasting heeft. Sojadrink heeft een lagere milieu-impact dan melk, maar kan niet zomaar melk vervangen. Sojadrink is meestal van verantwoorde soja gemaakt, zodat het niet ten koste gaat van het regenwoud. 
  8. Drink vooral kraanwater en (groene/zwarte) thee, in plaats van suikerhoudende dranken en alcohol. Vanuit duurzaamheid is het beste om kraanwater te drinken. Een tweede optie is thee of koffie. Warme dranken hebben met name door het koken van water een impact op energiegebruik. Voor thee is dat lager voor koffie. Alcoholische en suikerhoudende dranken zoals frisdrank en vruchtensappen hebben een hoge milieubelasting. Kies bij koffie en thee vanwege de arbeidsomstandigheden voor Fairtrade-Max Havelaar, Rainforest Alliance of Utz Certified-keurmerk.
  9. Gebruik van dagelijks ruime hoeveelheden aardappelen, groente, fruit en graanproducten geven een lage klimaatbelasting, watergebruik en landgebruik. Geef de voorkeur aan milieuvriendelijke varianten volgens de groente- en fruitkalender. Een duurzame teeltwijze is herkenbaar aan Milieukeur of biologisch keurmerk. De voedingswaarde van conserven (diepvries, glas, blik) is bijna hetzelfde als van verse groente. Buiten het seizoen kost het minder energie om voor conserven te kiezen dan voor kasgroenten en ingevlogen groenten. 
     

Zo herken je een duurzaam product

Door op keurmerken op producten te letten, maak je duurzamere keuzes. Producten die duurzamer zijn geproduceerd bevatten meestal een keurmerk of logo. Denk aan Milieukeur, biologisch, Fair Trade/Max Havelaar en MSC (duurzaam gevangen vis).

Voorbeelden van keurmerken op het gebied van milieu:

  • EKO
  • Europees biologisch (EU)
  • Milieukeur
  • Erkend Streekproduct
     

Voorbeelden op het gebied van dierenwelzijn:

  • Scharrel
  • Vrije uitloop
  • Label Rouge
  • France Limousin
  • Beter Leven  
     

Voorbeelden op het gebied van arbeidsomstandigheden:

  • Fairtrade/ Max Havelaar
  • Rainforest Alliance
  • Utz Certified
     
Bron
Voedingscentrum