Wat is een sporthart?

En kan het kwaad? Of is een sporthart juist goed?

Je hebt vast weleens gehoord van een sporthart. Maar wat is het precies? En kan het eigenlijk kwaad? En geldt dat ook voor sportlongen? 

Het hart is de krachtige centrale van waaruit ons bloed via de bloedvaten wordt rondgepompt. Daarmee bereiken voedingsstoffen en zuurstof alle uithoeken van het lichaam en afvalstoffen worden snel afgevoerd. Zuurstof is nodig om de glucose te verbranden waar je spieren energie uit halen. Als je erg intensief traint, kan je lichaam niet voldoende bloed rondpompen om dat voor elkaar te krijgen. Je gaat hijgen, je hart gaat te keer als een gek en je voelt ‘ik kan niet meer’.
Dat is voor je lichaam een signaal om het systeem waarmee het zuurstof opneemt te verbeteren. De longen worden aangepast (zie kader: sportlongen) en je maakt meer rode bloedcellen aan. Je hart wordt groter (het volume van de kamer en de boezems neemt toe) en sterker, het spierweefsel van de hartwand wordt dikker en sterker. Dat is in principe een gezonde aanpassing. Het lichaam doet zijn best om jou te voorzien van de capaciteit die je nodig hebt.

Hart sterker maken

Werk je erg hard aan je conditie, meer dan een uur per dag, bijvoorbeeld omdat je marathons loopt of aan wielrennen doet, dan kan die aanpassing extreem worden.

Het hart maak je sterker, gespierder en groter. Dat heet een sporthart. Er is in feite een soort overcapaciteit ontstaan: als je rustig achter je bureau zit hoeft het sporthart nog maar heel zachtjes te pompen, want met één slag kan het al een enorm volume aan bloed uitstoten. Daarom kun je een sporthart herkennen aan een relatief lage hartslag. Dat wil zeggen: 40 tot 60 slagen per minuut. Verder zijn er geen nadelige verschijnselen.

Toch een hartafwijking?

Een sporthart is in principe een positieve zaak, behalve als door de trage hartslag een hartafwijking over het hoofd wordt gezien of verkeerd wordt gediagnosticeerd. Dat gebeurt bijvoorbeeld weleens bij hypertrofe cardiomyopathie. Deze aandoening is erfelijk (ongeveer 1 op 500 personen) en kan de oorzaak zijn van plotselinge hartsterfte bij jonge atleten (hoewel dit altijd nog een zeldzaamheid is).

Wat zijn sportlongen?

Ook je longen passen zich aan bij langdurig intensief sporten. Tijdens de ademhaling nemen de longblaasjes (alveoli) zuurstof op en stoten kooldioxide uit. De zuurstof wordt afgegeven aan de fijne bloedvaatjes en de bloedvaatjes geven die kooldioxide af aan de longen. Hoe meer je je inspant, hoe meer zuurstof je nodig hebt en hoe meer kooldioxide vrijkomt als gevolg van de verbranding van glucose. Als je even hard moet rennen, is het simpelweg een kwestie van vaker en dieper in en uitademen om zuurstof en kooldioxide snel uit te wisselen. Maar train je voor een marathon, dan passen de longen zich aan, net als het hart. Het longvolume neemt toe waardoor je per ademhaling meer zuurstof kunt innemen

(wat een goede maat is voor je conditie). De spieren die de longen aansturen worden sterker en steviger. Het netwerk van bloedvaatjes intensiveert waardoor je meer zuurstof kunt opnemen en kooldioxide kunt afgeven. En het aantal longblaasjes neemt toe. Ook dit zijn goedaardige veranderingen, net als bij een sporthart.

 
  • McKenzie, Donald C. (2012-05-01). Respiratory physiology: adaptations to high-level exercise. British Journal of Sports Medicine. 46 (6): 381–384.
  • Athletic Heart Syndrome. Cardiovascular Medicine Chapter. 27 January 2008,