Vaker elkaar begroeten

Waarom een simpel ‘hallo’ ons gelukkig maakt

Zomaar een vreemde gedag zeggen of vriendelijk toeknikken. Wat doet het met ons als we elkaar weer vaker begroeten op straat? Onderzoek wijst in ieder geval uit dat het ons gelukkiger maakt. Blogster Michèle probeerde het een weekje uit.  

Als iemand naar mij glimlacht op straat heeft dat zeker een positieve invloed op mijn humeur. Zo simpel en zo effectief. Ik blijk niet de enige, zo stelt internationaal wetenschappelijk onderzoek, een glimlach of zelfs een knikje maakt dat we ons meer verbonden voelen. In een maatschappij waar individualisme hoogtij viert is een spontane begroeting op straat bijna een uitzondering geworden. We kennen onze buren vaak niet eens en zijn langer binnen dan vroeger, toen er nog geen televisie bestond. Ook spenderen we vaak lange dagen op het werk.

Wat zo fijn is aan een spontane begroeting: we worden even gezien en erkend, zo blijkt uit datzelfde onderzoek. In 2015 hield de radiozender Q-music een grootschalige enquête. Hieruit bleek dat mijn leeftijdscategorie (40-45) elkaar het meest begroeten. Daarna volgen de 30-40 jarigen, vervolgens 50 plus, op de vierde plek staan jongeren tot 20 jaar en daarna mensen van 20-30 jaar. Oké, tijd voor een proef op de som. Ik ga een week lang voorbijgangers begroeten. 
 

De lift en het bos als begroetplaats nummer 1

Ik begin tijdens een boswandeling met een vriendin. Ik speel op safe om er even in te komen. Ik schat het bos in als een plek waar niet raar wordt opgekeken bij een begroeting. Dat klopt ook, want uit het onderzoek van Q-music blijkt dat we elkaar bijna het vaakst in het bos begroeten, deze plek staat op de tweede plaats, na de lift en nog voor een winkel. Dat wordt me erg duidelijk tijdens de wandeling, vaak ben ik niet eens de eerste die groet, maar zijn voorbijgangers me net voor. En als ik wel de eerste ben, krijg ik vaak niet alleen een begroeting terug, maar ook een brede glimlach als bonus. Een goed begin is het halve werk! 
 

Eng om elkaar gedag te zeggen

Een van de redenen dat we elkaar niet meer vaak begroeten op straat is dat we het spannend vinden. Vooral jongvolwassenen en ouderen boven de zeventig zijn huiverig, zo vertelde Patrick van Hees, auteur van het boek Geluk is D.O.M. vorig jaar aan Metronieuws. Hij hield voor zijn boek een onderzoekje op Facebook waaruit blijkt dat 99 procent van de mensen het leuk vindt als een vreemde gedag zegt en allen vinden dat we het daarom vaker moeten doen. Maar bijna de helft zegt het eng te vinden om elkaar gedag te zeggen en de redenen daarvoor zijn onzekerheid of zelfs onveiligheid. Toen ik een stapje verder ging in mijn experiment en voorbijgangers ging begroeten op straat werd er bijna altijd verbaasd, maar veelal vriendelijk gereageerd. Toch deed niet iedereen leuk mee, een aantal mensen zeiden helemaal niets en 2 voorbijgangers keken me zelfs boos aan. Ik moet zeggen, zoals een vriendelijke begroeting blij kan maken, werkt het andersom ook. Het is toch een beetje ongezellig als iemand onaardig reageert.
 

Afsluiten voor prikkels

Er is nog een fenomeen dat meespeelt, psychologen noemen dit sensory overload. En dat vind ik zelf herkenbaar. Wanneer we ons in een drukke omgeving begeven, zoals een stad, drukke straat of zeg op een markt, komen er zoveel prikkels op ons af dat we onszelf als het ware wat afsluiten. Ons brein blokkeert de prikkels. Vervolgens staan we dus niet open om anderen ook nog eens te begroeten.  
 

Ik ben om!

Dan is het tijd voor de wekelijkse boodschappen in een grote supermarkt. In de rij voor de kassa erger ik mij aan de vrouw achter me die met haar kar nogal duwt. Ik denk ineens aan mijn opdracht van deze week en in plaats van een geërgerde blik begroet ik haar vriendelijk. Ik zie een glimp van verbazing op haar gezicht, waarna ze me vriendelijk lachend gedag zegt. Als ik wat later richting de auto loop komt ze me achterna gerend en geeft ze mij een hele rits van haar spaarzegels. “Ik zag dat jij deze wel spaart en ik gebruik ze niet”, hijgt ze. Vervolgens vertelt ze me over haar kinderen en kleinkinderen die ver weg wonen en die ze niet zo vaak ziet als ze graag zou willen. Ze pakt me bij mijn arm en drukt me op het hart te genieten van elke dag en terwijl haar man roept waar ze blijft, dankt ze me voor mijn vriendelijkheid. Ik ben echt geraakt door de openhartigheid van de vrouw en besluit bij deze dat ik dit weekje ga verlengen en vaker vreemden even spontaan zal begroeten. Niet zomaar iedereen, want dat hoeft nou ook weer niet, maar wel als het goed voelt. Want een betere wereld… juist ja.     
 

Bronnen
- To be looked at as though air, Psychological Science, 2011: http://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/0956797611427921?journalCode=pssa
- QMusic Zeg eens hoi-dag: https://qmusic.nl/nieuws/de-uitslag-van-het-grote-nationale-zeg-eens-hoi-dag-onderzoek