'Er moet naast zorgplicht ook gezondheidsplicht in de wet komen'
Stelt Menzis CEO Ruben Wenselaar
De missie die VWS heeft voor de volksgezondheid in 2040 zal niet worden bereikt tenzij er meer wordt geïnvesteerd in leefkracht via preventie en leefstijlgeneeskunde. Die boodschap stond centraal in de bijdrage van Menzis CEO Ruben Wenselaar op de Dag van de Preventie van Zorgvisie. “Als zorgverzekeraars, de landelijke overheid, gemeenten, zorginstellingen en andere veldpartijen zich enkel blijven richten op betaalbaarheid en beschikbaarheid van met name curatieve zorg -het genezen van lichaam of geest wanneer dat reeds beschadigd is- dan missen we de boot. Daarom moet er naast de zorgplicht ook een gezondheidsplicht in de wet komen, die partijen er aan houdt om de toename van overgewicht en leefstijl gerelateerde aandoeningen te beteugelen.”
Missies voor 2040
De doelstellingen van de overheid zijn ambitieus: ‘In 2040 leven alle Nederlanders tenminste vijf jaar langer in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaal- economische groepen met 30% afgenomen.’, lezen wij. Met deelmissies als ‘In 2040 is de ziektelast als gevolg van een ongezonde leefstijl en ongezonde leefomgeving met 30% afgenomen.’ Afspraken zoals het Nationaal Preventieakkoord zorgen voor een beweging in de juiste richting. “Maar dat is niet voldoende,” aldus Wenselaar. “De gezondheidsverschillen tussen groepen in Nederland nemen toe als we niet ingrijpen.”
Niet wachten op businesscase
Als verklaring voor waarom partijen het lastig vinden om in preventie en leefstijlgeneeskunde te stappen, wordt wel eens gezegd dat het een ‘moeilijke businesscase’ betreft. De partij die investeert draagt de lasten, bijvoorbeeld door een leefstijlinterventie in te zetten, maar de baten komen vaak elders terecht, bijvoorbeeld bij een werkgever. Een ander argument is dat investeren in leefstijl iemands leven in goede gezondheid wel verlengt, maar dat deze persoon over de gehele levensloop uiteindelijk toch even veel zorgkosten maakt. Anderen wijzen er daarentegen weer op dat iemand die langer in goede gezondheid leeft langer arbeidsproductief is, langer meedoet in de samenleving, en daarmee maatschappelijke baten levert. “Een zeer interessante discussie en beslist van belang daar meer onderzoek naar te doen,” zegt Wenselaar. “Maar dat de kwaliteit van leven toeneemt door preventie, dat er steeds meer wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit ervan én dat we iets moeten doen om de ambities voor een verbeterde volksgezondheid waar te maken, staat als een paal boven water. We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten tot die discussie over de businesscase is beslecht.”
Individuele of maatschappelijke verantwoordelijkheid
Wenselaar: “We zijn in Nederland gewend om veel verantwoordelijkheid te leggen bij het individu. Je maakt zelf keuzes over wat je eet, of je beweegt, voldoende rust neemt enzovoorts. Maar we weten dat de mogelijkheid om daar weloverwogen keuzes in te maken begrensd wordt. Bijvoorbeeld door financiële mogelijkheden (is de gezonde keuze te betalen) door erfelijke factoren, door sociale omgeving en door opleidingsniveau.” Het is volgens hem dan ook voor een groot deel een maatschappelijke opgave. “Je moet collectieve verantwoordelijkheid nemen. Dus open de discussie over de suikertaks, over of we de gezonde keuze in supermarkten wel aantrekkelijk maken, over de rookvrije ruimte, over minder alcoholgebruik. Verminder de verleiding tot een ongezonde leefstijl die onze samenleving is ingedrongen en verleid juist actief tot gezond gedrag. Als zorgverzekeraar geven wij het goede voorbeeld, maar het moet alle hens aan dek zijn.”
Regionale aanpak met accountability
Menzis ziet, naast het vastleggen van de gezondheidsplicht in wetgeving, ook andere manieren om veldpartijen zover te krijgen echt in leefkracht te investeren. Dat begint in de regio, waar een scherp en breed gedragen beeld moet zijn van de gezondheidsuitdagingen. Regio’s in Nederland verschillen namelijk behoorlijk. “Gezondheidspartners in die gebieden moeten een gezamenlijk plan ontwikkelen om de doelstellingen te behalen en daar ook een gemeenschappelijk preventiefonds voor starten. We maken elkaar dan aanspreekbaar op harde resultaten. Zoals dat het aandeel inwoners met overwicht binnen x jaar met y % is gedaald, het aantal inwoners met diabetes type 2 met z%. Het aantal mensen met problematische schulden (vaak een veroorzaker van stress en gezondheidsklachten) met q %.”
Visie
Wenselaar kijkt positief naar de toekomst. “We hebben een van de beste zorgstelsels ter wereld, en ook één van de eerlijkste. We betalen in Nederland met elkaar voor de zorg voor elkaar. Maar toch zijn de gezonde levensjaren steeds meer ongelijk verdeeld, en dat komt door verschillen in leefstijl. Dat wordt dus de grootste uitdaging van de komende 20 jaar. Wij hebben visie op een gezondere toekomst. Daar moeten we samen naartoe.”