Je buikomvang meten? Zo doe je het goed

Wat is een gezonde buikomvang?


Gepubliceerd op 05-01-2021 | Bewerkt op 05-01-2021

Heb je een appelfiguur, dan zit het meeste gewicht rond je buik. Buikvet slechter voor je gezondheid dan vet op je heupen en billen. Waarom eigenlijk? En hoe meet je je buikomvang?

Als je wilt achterhalen of je een gezond gewicht hebt, dan kun je niet altijd blindelings vertrouwen op de weegschaal. Of op je body mass index (BMI). De vetverdeling in je lichaam is namelijk ook een belangrijke graadmeter. En dan met name de hoeveelheid buikvet die je hebt. Iedereen heeft op zijn minst wel een beetje lichaamsvet. Elk lichaam is anders en ook waar je lichaamsvet zich opslaat verschilt van persoon tot persoon. Dit wordt onder andere bepaald door je genen, geslacht en gewoontes. Zo slaan vrouwen bijvoorbeeld vaak meer vet op rond hun heupen en dijen, en mannen rond de buik.  

Met veel vet in de buikholte heb je een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2, terwijl veel vet rond de heupen hier niet of nauwelijks invloed op heeft. De buikomvang geeft dus een goede indicatie voor de kans op gezondheidsproblemen. Dat lees je niet af aan het cijfer op de weegschaal. Buikvet (ook wel visceraal vet genoemd) zit namelijk rond vitale organen zoals de nieren, de lever en de milt. Bij heupvet is dat niet het geval. Visceraal vet geeft hormoonachtige stoffen af die insulineresistentie veroorzaken, een stofwisselingsprobleem. Ook kan het je hormoonbalans verstoren.

Wat is een gezonde buikomvang?

Best handig om voor je gezondheid uit te gaan van je buikomvang, want deze kun je zelf meten! Om te achterhalen of je een gezonde middelomtrek hebt, kun je een meetlint gebruiken. Dit vertelt het cijfer je:

Mannen:

  • Gezond gewicht: lager dan 94 cm
  • Overgewicht: tussen de 94 en 102 cm
  • Ernstig overgewicht: hoger dan 102 cm

Vrouwen:

  • Gezond gewicht: lager dan 80 cm
  • Overgewicht: tussen de 80 en 88 cm
  • Ernstig overgewicht: hoger dan 88 cm

Deze waarden gelden voor volwassenen, voor kinderen zijn er geen waarden voor de buikomvang.

Ga ook na wat je BMI is. Meestal geven BMI en de middelomtrek dezelfde uitkomst aan. Als dat niet het geval is, houd dan het resultaat van de middelomtrek aan. Is de uitkomst overgewicht? Probeer af te vallen door gezond te eten en voldoende te bewegen of zorg in ieder geval dat je niet aankomt. Bij ernstig overgewicht geldt het advies: bespreek dit met je huisarts en probeer onder begeleiding af te vallen.

Hoe meet je je buikomvang?

Meet je buikomvang in 5 stappen:

  1. Ga rechtop staan.
  2. Doe een meetlint rond je middel, op de blote huid.
  3. Trek het meetlint niet te strak aan.
  4. Meet ter hoogte van de navel (tussen de onderste rib en de bovenkant van je bekken).
  5. Adem uit als je je middelomtrek meet.

Als je het meetlint recht over je navel legt, weet je altijd dat je exact hetzelfde punt te pakken hebt. Dat is vooral handig als je je voortgang wilt bijhouden, bijvoorbeeld als je probeert af te vallen. Meet ook het liefst elke keer op een vast moment. Zo zou je 1 keer per week een meting kunnen in de ochtend op hetzelfde tijdstip. ‘s Avonds is je buik vaak wat meer opgezet.